Een standaard buitendeur is 93 centimeter breed. Dat is de breedte die het Nederlandse Bouwbesluit voorschrijft voor nieuwbouwwoningen. In de praktijk kom je ook andere maten tegen, afhankelijk van het bouwjaar van de woning en het type deur.
Of je nu een nieuwe deur bestelt, een kozijn laat plaatsen of een rolstoel of grote verhuisdoos naar binnen wil manoeuvreren: de breedte van je buitendeur maakt een groot verschil. Hieronder vind je de meest voorkomende maten overzichtelijk op een rij.
Hoe breed is een buitendeur in een nieuwbouwwoning?
Voor woningen die vallen onder het Bouwbesluit geldt een minimale vrije doorgangsbreedte van 93 centimeter. Dit is de maat die je als bewoner daadwerkelijk door kunt lopen, ook wel de “dagmaat” of “vrije doorgang” genoemd. De deur zelf is dan iets breder, omdat het kozijn rondom ruimte inneemt. Reken doorgaans op een totale kozijnbreedte van 100 tot 110 centimeter bij een enkele deur van 93 centimeter vrije doorgang.
Die 93 centimeter is geen toeval. Het is de minimale maat voor rolstoeltoegankelijkheid en is ook handig bij het verhuizen van meubels. Een standaard rolstoel heeft een breedte van ongeveer 65 tot 70 centimeter, dus met 93 centimeter is er nog wat speling aan weerszijden.
Buitendeurbreedte in oudere woningen
In woningen van vóór de invoering van het huidige Bouwbesluit zijn de deuren vaak smaller. In woningen uit de jaren vijftig tot tachtig zie je buitendeuren met een vrije doorgang van 80 tot 85 centimeter regelmatig voorkomen. In nog oudere panden, zoals grachtenpanden of arbeiderswoninkjes uit het begin van de twintigste eeuw, kan de breedte zelfs 70 tot 75 centimeter zijn.
Dat heeft gevolgen als je een nieuwe deur wil plaatsen. Je kunt dan niet zomaar een standaarddeur bestellen; je hebt een maatwerk- of speciale smalere deur nodig, of het kozijn moet worden vergroot. Dat laatste is een flinke verbouwing.
Veelvoorkomende breedtes op een rij
| Type woning / situatie | Vrije doorgang (breedte deur) |
|---|---|
| Nieuwbouw (Bouwbesluit) | 93 cm |
| Woningen jaren 50 tot 80 | 80 tot 85 cm |
| Oudere of historische panden | 70 tot 80 cm |
| Dubbele buitendeur (twee vleugels) | 130 tot 180 cm (totaal) |
Dubbele buitendeuren en speciale uitvoeringen
Sommige woningen hebben een dubbele buitendeur, bijvoorbeeld bij een villa, een jaren dertig woning of een karakteristieke voordeur met een extra smalvleugel. Bij een volwaardige dubbele deur (twee gelijke vleugels) is de totale breedte al snel 130 tot 160 centimeter of meer. Een deur met een vaste smalvleugel plus een brede hoofdvleugel kom je ook veel tegen; dan is de hoofdvleugel gewoon 93 centimeter en de smalvleugel ongeveer 30 tot 40 centimeter.
Achterdeur, zijdeur of terrasdeuren zijn soms ook als buitendeur uitgevoerd. Die volgen niet altijd de 93 centimeter norm. Een standaard achterdeur is in veel woningen 83 of 88 centimeter breed.
Wat te doen als jouw deur smaller is dan 93 cm?
Heb je een deur die smaller is dan de huidige norm en wil je die aanpassen, dan zijn er twee routes. Je kunt het kozijn laten verbreden door een aannemer, wat ingrijpend maar wel structureel is. Of je past je deur aan de bestaande maat aan met een deur op maat. Maatwerk buitendeuren zijn leverbaar in vrijwel elke breedte, al zijn ze duurder dan een standaard catalogusdeur.
Wil je weten wat jouw huidige doorgang precies is? Meet dan de binnenkant van het kozijn van links naar rechts, op de smalste plek. Dat is de maat die telt bij het bestellen van een nieuwe deur.
Voor de meeste woningen geldt dus: een buitendeur is 93 centimeter breed als die voldoet aan de huidige norm, en smaller in oudere woningen. Weet je het bouwjaar van je woning, dan weet je al globaal wat je kunt verwachten. Meten blijft sowieso verstandig, want ook binnen één bouwjaar bestaan er afwijkingen.
Lees ook



