Voor het schuren van een deur gebruik je het vaakst korrel 80 tot 120 voor grof voorwerk, korrel 150 tot 180 voor de tussenstap, en korrel 240 als fijne afwerking vóór het schilderen. Welke korrel je kiest, hangt af van de staat van de deur en wat je ermee wilt bereiken.
Welke korrel schuurpapier voor deuren per fase
Schuurpapier wordt ingedeeld in korrelgrootten. Hoe lager het getal, hoe grover het papier en hoe meer materiaal je in één keer weghaalt. Hoe hoger het getal, hoe fijner het papier en hoe gladder het oppervlak dat je achterlaat. Voor een deur werk je bijna altijd in meerdere stappen, van grof naar fijn.
- Korrel 40 tot 60: alleen voor heel ernstige gevallen, zoals dikke verflagen die je wilt verwijderen of diep verankerd vuil. Dit zijn grove krassen die je later weg moet schuren, dus gebruik het spaarzaam.
- Korrel 80 tot 120: de standaard startkorrel voor een deur die al eerder geverfd is en licht ruw of schilfert. Hiermee slijp je de oude verflaag aan, verwijder je kleine oneffenheden en maak je de deur klaar voor de volgende stap.
- Korrel 150 tot 180: de tussenstap. Na het grovere schuren gebruik je dit om de krasjes van de vorige korrel weg te werken. Dit is ook een goede korrel als de deur al redelijk glad is en je hem alleen even wilt opruwen voor een betere hechting van de nieuwe verf.
- Korrel 240: de afwerkingskorrel. Hiermee maak je het oppervlak heel glad vlak voor het schilderen. Korrel 240 is geschikt als de deur al in goede staat is en je hem alleen licht wilt schuren zodat de primer of verf goed hecht.
Nieuwe deur versus oude deur: dat maakt verschil
Bij een nieuwe houten deur die nog nooit geverfd is, begin je niet met grof papier. Het hout is al relatief glad. Start dan met korrel 150 of 180, en werk daarna af met korrel 240 voordat je grondverf aanbrengt. Te grof beginnen op nieuw hout laat duidelijke krassen achter die je door de verf heen kunt zien.
Bij een oude deur die meerdere verflagen heeft of plaatselijk schilfert, begin je met korrel 80 of 100. Daarmee ruw je de bestaande verflaag aan en verwijder je losse stukken. Werk daarna door naar 150 en eindig op 240. Sla geen stap over: van 80 direct naar 240 gaan zorgt ervoor dat de grovere krasjes zichtbaar blijven onder de nieuwe verflaag.
Na elke verflaag opnieuw schuren
Veel mensen schuren de deur eenmalig voor het schilderen, maar voor een echt strak resultaat slijp je ook tussen de verflagen door. Gebruik daarvoor korrel 240. Na de grondlaag en na de eerste verflaag ga je er licht overheen om kleine stofkorrels, borstelsporen en bobbeltjes weg te werken. Stofafnemen na elke schuurbeurt is verplicht, anders schuur je stofdeeltjes terug in het oppervlak.
Schuurpapier of schuurspons?
Voor platte vlakken werkt schuurpapier het best, bij voorkeur op een schuurblok. Dat geeft een gelijkmatige druk en voorkomt ribbels door vingerdruk. Voor profileringen in een paneeldeur, sierlijsten of afgeronde randen is een schuurspons handiger. Die buigt mee met de vorm. Gebruik ook daar de juiste korrelgrootte: voor profielen is 150 of 240 het meest praktisch.
Begin altijd met korrel 80 tot 120 als de deur ruw of oud is, werk door naar 180 en sluit af met 240. Is de deur nieuw of al glad? Dan begin je meteen bij 150 en werk je af op 240. Zo zorg je ervoor dat de nieuwe verflaag goed hecht en er strak uitziet.
Lees ook



